Jan Koevoet

Het hieronder vermelde verhaal gat over Jan en zijn biologische vader. Jan zelf ziet zijn vader las een egoist, maar als je het verhaal leest zul je zien dat ook deze hetzelfde is als vele andere mannen... Ook weer een typisch voorbeeld van Geestelijke Mishandeling

Een leeg leven

Het begin
Natuurlijk, het leven was altijd al tegen hem geweest.
Als klein jongetje al, geboren ergens rond 1925 met niet al te ruim bemeten verstandelijke vermogens, opgegroeid in een vooroorlogse achterbuurt in Rotterdam.
Zijn vader was al vroeg gestorven, op zichzelf niets bijzonders, dat kwam wel vaker voor in die tijd.
Lol had hij soms wel, vooral als hij z'n zusje pestte.
Toppunt van vermaak was het als hij iets van z'n moeder of van zichzelf stukmaakte, en bij haar spullen verstopte, zodat zij dan later op d'r donder kreeg.
Toen hij een jaar of 14 was overleed ook zijn moeder, en werden ze bij een tante ondergebracht.

de oorlog
Bijna twintig was hij, toen de oorlog uitbrak.
Hij snapte er niets van, de duitsers en hun hollandse NSB vrienden hadden toch gezegt dat alles beter zou worden?
Nu moest hij rennen, want de stad stond in brand.
Terwijl granaatscherven zich in zijn benen drongen bleef hij rennen, zijn broekspijpen brandend als de huizen die zojuist met fosfor waren bewerkt.
Hij voelde de pijn niet, en rende maar door.
Hij heeft kunnen ontsnappen, en was daar blij om, een vork had hij nog kunnen meenemen, meer niet.
Toen de rust weergekeerd was en de branden geblust waren is hij teruggegaan.
De vernietiging was enorm geweest, en waar bij anderen een felle haat was geboren zat bij hem slechts bewondering voor dit machtige apparaat dat dit had kunnen aanrichten.
Veel werk was er niet.
Ook de drukkerij waar hij werkte had schade opgelopen.
Het had hem dan ook geen slecht idee geleken om maar eens te gaan kijken of er in dat grote machtige Duitsland iets te doen was voor hem.
Bij het bureau van de arbeitseinzats hadden ze wat voor hem, en zo trok hij in 1942 naar Bremen waar hij in een grote drukkerij aan de gang ging.
Zijn hospita, frau Schwabe zorgde goed voor hem, en het ontbrak hem aan weinig.
Tegen 1944 werd het moeilijk om nog aan fatsoenlijk eten te komen, en toen hij in een restaurannetje de soep voorgeschoteld kreeg, stelde het niet veel meer voor dat bruin water met hier en daar een belletje vet er in.
Dat lustte hij niet.
"Hee, geef je dat soms ook aan Göring, dat volgevreten zwijn ?" zei hij hardop tegen de kellner.
Dat was niet zo slim.....
Even later op het politiebureau gaf iemand hem het advies om te zeggen dat hij dronken was.
Dat deed hij uiteindelijk, en hij kwam er met een lichte straf vanaf.
Hij keerde terug naar Nederland, en dankzij zijn taaie gestel kwam hij de hongerwinter door.
Gelukkig wist alleen zijn zus dat hij in Duitsland geweest was.
Vrienden had hij nooit gehad, dus niemand had hem gemist.

de draad weer oppakken
Na de oorlog vond hij al snel weer werk, mede dankzij zijn kruiperige houding, en het leven lachte hem weer toe.
Aangezien hij graficus was en alles las wat hij drukte, achtte hij zich superieur aan alle anderen uit de arbeidersklasse.
Hij kon ook goed leugentjes ophangen die hem belangrijk maakten, alleen waren er steeds weer mensen die daar niet intrapten, en die hem op die manier het leven zuur maakten.
Zijn eerste vrouw was geen fuifnummer.
Na amper anderhalf jaar werd ze zo depressief dat ze er een einde aan maakte.
"Nou ja, dan zal ze altijd wel al gek geweest zijn" besloot hij.
Ook zijn tweede huwelijk ging niet helemaal zo als hij het zich voorgesteld had.
Al na een half jaar stierf ze aan kanker.

gevallen vrouw
Weer pech dus, maar in 1954 stond er een mooie advertentie in de krant.
Een vrouw met kind (gevallen vrouw, die zullen wel erg geil zijn) zocht een man.
Zij mooie verhaaltjes gingen er goed in bij haar, alleen zat haar moeder altijd wel erg cynisch te doen.
Dat viel nog niet mee zeg, zo'n vrouw met kind, als je eens wist hoeveel geld zo'n kind kost, en wat een herrie zo'n kind maakt.
Daar kwam nog bij dat ze het helemaal niet leuk vond om zich als hoer op te maken, zodat hij niet erg vaak zijn maximale genot bij haar kon halen.
Nou ja, ze wist toch niet precies hoeveel hij verdiende, dus kon hij elke week wat apart leggen, om, als hij een echte kick wilde, gewoon naar een echte hoer toe te gaan.
Ze werd zwanger van hem, jawel, hij zou een eigen kind krijgen.
Op de dag dat ze ging bevallen heeft ze hem nog laten opbellen om te melden dat ze naar de kraamkliniek ging.
Hij had haar van te voren wel even duidelijk gemaakt dat ze dan de tram moest nemen, want een taxi was veel te duur.
Over duur gesproken, wist je dat vrouwen maandverband willen hebben?
Onzin toch ? kon ze geen oude sjaal nemen en die 's avonds uitwassen ? Nee, een bijster zuinige vrouw was het niet.
En dan dat eeuwige gezeur over die pannen !
Hij zag het probleem niet, als ze nou gewoon met het water onder die gaten bleef lekte er toch niets ?
En ze had een pannelap, dus was het ook niet erg dat die pannen maar een oor hadden.
Het was dan ook geen wonder dat hij gewoon op z'n werk bleef toen ze bevallen moest.
Stel je voor zeg, dat kost maar snipperuren, en hij had er maar net genoeg om af en toe eens lekker naar de hoeren te kunnen gaan.
Liefst leverde hij aan het eind van het jaar nog wat dagen in, dan zou de baas vast heel blij met hem zijn.

Jantje (1)
Het was een zoon geworden, Jantje, *zijn* Jantje.
Jantje was een lief kind, maakte niet zo'n rotherrie als Wim, die bastaard die hij op de koop toe had moeten nemen.
Hij hield van Jantje, bovendien was het zijn kind, dus hield Jantje ook van hem.

zeuren
Alleen dat eeuwige gezeur van zijn vrouw, daar werd hij gek van.
Als hij iets meemaakte, en daar een mooie fantasie omheen verzon, luisterde ze niet eens naar hem, ze wilde niets weten over zijn, van geheimzinnigheid doortrokken verzinsels, en zeurde alleen maar om meer huishoudgeld.
De aanmatigende teef ! Ze wilde zelfs zijn loonstrookjes zien ! Maar er zijn grenzen natuurlijk.
Op een avond was de ruzie flink opgelopen, en zijn hand sloot zich om haar keel, hij was dat rotwijf zat, inclusief die moeder van haar, die altijd cynisch zat te kijken of opmerkingen maakte als hij een verzonnen belevenis ten beste gaf.
Hoe kon die akelige vleermuis nou weten of hij dat wel of niet echt meegemaakt had.
Ze zetten hem gewoon voor leugenaar.
Terwijl hij langzaam haar keel dichtkneep kwam dat rotjong Wim weer eens tevoorschijn.
Keihard janken en gillen, de hele buurt moest het gehoord hebben, dus liet hij haar maar weer los.
En de streken die ze hem flikte ! Op een dag kwam hij nietsvermoedend thuis, had ze alle meubels verplaatst, zomaar, zonder te vragen of dat wel mocht.
Zonder een woord te zeggen heeft hij alles netjes in de oude positie teruggebracht, het stond al jaren zo, en daar was niets mis mee. Wat dacht ze wel !
Ze werd nog ziekelijk ook, astma.
Weer een schadepost, konden ze nog een beetje medicijnen voor haar gaan kopen zeg !
Zo kon hij de hoeren wel vergeten.
En dan bemoeide die dokter zich er ook nog mee, die zei dat het huis te vochtig was.
Goed, het was een beetje een oud, en als je tegen de lambrisering sloeg hoorde je van alles wegrennen, maar zo slecht was de Zaagmolenstraat nou ook weer niet.
Pas toen op een verjaardag de vloer bezweek onder de druk van zes volwassenen, en zijn zwager ineens in de kelder zat wilde hij het geloven.

verhuizen
Hij vond werk in Zeist, een nieuw gebouwde flat, daar zouden ze gaan wonen, en de bosrijke omgeving zou goed zijn voor haar astma.
Bovendien zaten ze daar een flink eind van haar moeder vandaan, en dat gaf eigenlijk de doorslag voor hem.

dagelijkse gang van zaken
Wim en Jantje groeiden op.
Wim bleef het rotjong dat hij altijd al geweest was.
Wim miste overdag de strenge hand, want zijn vrouw was veel te zacht voor hem, maar hij zorgde er voor dat dat 's avonds wel weer ingehaald werd !.
Dan kafferde hij het rotjong uit, of sloeg hem stevig om z'n oren.
En als er geen reden was verzon hij er wel een.
Ja, dat was een slimme streek geweest, om zijn eigen zakradiootje stuk te maken en Wim de schuld te geven, kon hij gelijk een nieuwe kopen zonder gezeur.
Jantje, die stil en teruggetrokken was, overlaadde hij met attenties, ja, die mocht zelfs op zondagochtend vijf minuutjes bij hem op schoot zitten, maar vreemd genoeg leek Jantje daar nauwelijks in geďnteresseert.
Hoe dat mogelijk was snapte hij niet, want hij was toch Jantje's vader ? en bovendien liet hij er geen twijfel over bestaan dat hij de voorkeur gaf aan Jantje, boven het rotjong Wim dus.
En eeuwig en altijd dat gezeur over geld, dan weer wilde ze nieuwe pannen, dan weer moesten er kleren komen voor Wim, kleren voor jantje waren nooit een probleem, die kon mooi de oude kleren van Wim dragen.
Ze wilde zelfs een koelkast ! Wat een verspilling, ze kon haar etenswaar toch wel in het schurenblok, onderaan de flat bewaren ? daar was het altijd lekker koel, en het wat maar vijf minuutjes lopen.
Ze had toch de hele dag niets anders te doen.
Maar goed, ze troffen een compromis, zij kreeg d'r koelkast als ze zich nog een keer als hoer opmaakte, en zich er lekker van langs liet geven.
Op die manier is er vervolgens ook nog een stofzuiger gekomen, ondanks dat ze een prima bezem had.
Een keer flikte ze hem een wel heel vuile streek.
Zijn vork, die hij nog uit de oorlog had, en waar hij elke dag mee at, had ze weggegooid.
"Het rotding is vlijmscherp, en ik heb me nu wel vaak genoeg er aan verwond" had ze gezegt.
Het was natuurlijk alleen maar pesterij.

schoonmoeder
Vanaf een zeker moment ging echt alles helemaal fout.
Zijn vrouw vertelde dat haar moeder ernstig ziek was.
Te ziek om haar taken als huishoudster te blijven uitvoeren bij die ouwe binnenvaartschipper waar ze al jaren intern werkte en leefde.
Er was volgens haar maar een oplossing, die ouwe moest in het gezin opgenomen worden, daar bleef ze bij.
Nou ja, doe ouwe tang was dik in de zestig, en als ze echt zo ernstig ziek was zou het niet al te lang duren, en zou hij helemaal van haar af zijn, bovendien kon hij haar zien wegkwijnen, en dat was ook wat waard natuurlijk.
Vervolgens leverde ze bijna haar hele AOW in, en dat tikte lekker aan.
Maar zat niet mee.
De artsen hier waren zeker slimmer dan die in Rotterdam, en ze behandelden haar zo goed dat het op deze manier nog wel jaren kon gaan duren.
De jongens sliepen nu samen op een kamer.
Wim klaagde niet, natuurlijk niet, hij had een machtige bondgenoot aan z'n oma.
Vreemd genoeg klaagde Jantje ook niet, maar ja, die zei toch al nooit echt veel.
De ruzies, met zowel zijn vrouw als zijn schoonmoeder werden frequenter, en heftiger.
Op een dag was hij het zat, en hij besloot om zijn uiterste troef uit te spelen.
Hij stelde dat het mooi geweest was, en dat het hem maar beter leek als hij weg zou gaan.
Die zelfde avond nog ging hij naar kleine Jantje, 11 jaar nu, en vertelde van zijn plan.
Jantje barstte niet in snikken uit zo als hij verwachtte, huilde niet dat dat pappa moest blijven, maar hoorde het gelaten aan, draaide zich op en viel met een diepe zucht in slaap.
Nou ja, dat kwam nog wel, als het eenmaal tot hem door zou dringen.
Jantje is er nooit meer op teruggekomen.

vertrek
Hij kocht een hutkoffer, en met veel gevoel voor dramatiek pakte hij regelmatig wat in in die koffer, die overigens goed op slot zat.
Net als "zijn" kast, die zat ook op slot, want wat daarin zat, was alleen maar voor hem.
Ja zeg, daar zaten zijn aanstekers in, zijn sheermessen, zijn dozen met doosjes, zijn poten met potjes, zijn radio's zijn kisten vol mooi glanzend maar nutteloze gereedschap, en bovendien zaten daar zijn loonstroken in, als ze er achter kwam dat hij elke week 50,- voor friet en speelgoed achterhield zou het huis te klein zijn.
Langzaam schreden de weken voort, maar ze wilde hem maar niet vragen om te blijven.
Dus vroeg hij werkelijk scheiding aan, met een heuse advocaat, en nam hij zijn intrek in een pension.
Hij was niet gek, hij zou haar dwingen om hem te vragen om terug te komen, smeken zou ze hem !
In die tijd moest een van de twee verklaren vreemd te zijn gegaan, anders was er van een scheiding geen sprake.
En via zijn advocaat liet hij weten dat hij niet de schuld op zich zou nemen.
Dat zou haar wel even leren !
Via haar advocaat hoorde hij dat ze wel degelijk bereid was om de schuld op zich te nemen, als ze maar van hem af was.
Pure bluf natuurlijk.
Op het werk maakte hij daar natuurlijk mooie sier mee, zie je nou wel, dat rotwijf ging altijd vreemd, nu heeft ze het eindelijk toegegegeven.
Zo gaat dat met gevallen vrouwen, ze duiken met iedereen het nest in ! En slecht dat ze voor me was, ze hield meer van de hond dan van hem !
De meesten knikten begrijpend, hier kon hij tenminste op medelijden rekenen.
Het rotjong Wim hoefde hij niet meer te zien, en voor zijn Jantje was er een bezoekregeling.
Om de week was Jantje een dag bij hem, maar hoeveel friet en rookworst hij ook voor Jantje kocht, Jantje leek het nooit echt naar z'n zin te hebben.
Natuurlijk lag dat niet aan hem, en hij besloot om maar eens wat anti-propaganda te gebruiken.
"Leeft dat ouwe mens nou nog ? Ik ben mooi belazerd, ze zou nog maar een jaartje of twee te leven hebben"
Jantje zei die dag helemaal niets meer.
Uiteindelijk, na nog drie jaar ging ze dan toch.
Notabene deden ze de begrafenis op de bezoekdag van Jantje, en tot zijn stomme verbazing kwam Jantje niet opdagen, maar was de hele dag bij de begrafenis en daarna thuis gebleven.

Jantje (2)
Jantje deed het niet best op school, hij spijbelde.
Zal de invloed van het rotjong Wim wel geweest zijn, want die deed al twee jaar niet anders.
Jantje wilde niet meer leren, maar gaan werken, dus regelde hij dat Jantje, inmiddels 15 en Jan geworden, twee weken na de laatste schooldag aan de slag kon in de zelfde drukkerij waar hij werkte.
Dat was fijn, nu zag hij hem elke dag, en dat deed hem goed.
Bovendien had hij die baan geregeld, en dat zou hem de nodige dankbaarheid opleveren.
Al na een jaar bleek Jan niet helemaal de briljante drukker in spé te zijn die hij aan de baas en de voorman beloofd had.
Regelmatig stond de voorman Jan uit te kafferen voor alles wat mooi maar vooral lelijk was, en natuurlijk kon hij daar niets van zeggen, want die voorman stond boven hem, hoog boven hem zelfs.
Trouwens, die voorman had gelijk, Jan presteerde niet erg best.
Natuurlijk weer een gebrek aan leiding, Jan's moeder was weer gaan werken, op de Willem Arntz hoeve, een gekkenhuis in den Dolder.
Tsja, als je met gekken omgaat wordt je zelf ook gek, dat weet iedereen, bovendien liep daar een stelletje ongeregeld rond, die de boel wilden hervormen.
Dagelijks waren ze in het nieuws met hun akties en ze rookten nog stickies ook, dat kon je zo wel zien aan die vieze lange haren van ze.
Dat zou zijn Jan nooit doen.
Jan deed het wel, liet niet alleen zijn haren lang groeien, maar er kwam ook af en toe een raar luchtje met hem mee als hij van de WC af kwam.

joden, roomsen, gereformeerden, negers en ander gespuis
Er was bij Jantje en zijn moeder een ook kostganger gekomen, een jood notabene, Jan noemde hem Ies.
Wat bezielde dat mens om een jood in huis te nemen ?
Die lui kun je niet vertrouwen, dat weet toch iedereen ?
Net als gereformeerden trouwens, dat zijn allemaal huichelaars.
En vlak vooral de roomsen niet uit zeg, die zijn me toch achterbaks !
Stuk voor stuk bijna net zo erg als negers.
Nee, dat soort lui moest hij niets mee te maken hebben.
Nee, het enige wat je kan vertrouwen zij VVD'ers, want die zijn overal de baas, dus die weten het beter.
Oh ja, en heilsoldaten, die zijn ook goed.
Daar hebben ze rangen en standen, zo als het hoort.
Bovendien was zijn hospita een heilsoldaat, en omdat ze zijn hospita was had ze macht over hem, dus moest ze wel gelijk hebben.
Voorts sprak ze vloeiend duits, dus het moest wel een heel goed mens wezen.

omzeilen
Wim was inmiddels het huis uit, in de verpleging gegaan, en intern.
Ies was alweer weg, en via een kennis (want vrienden had hij nooit gehad) hoorde hij dat zijn ex-vrouw was getrouwd met een weduwnaar die zelf ook al drie kinderen had.
Jan was meegegaan.
Het kostte nog heel wat moeite om alles te achterhalen want niemand was erg spraakzaam meer.
Zelfs zijn collegaas niet, die leken hem eerder te omzeilen.
Een collega gooide hem zelfs een keer voor z'n voeten dat Jan hele andere verhalen over de vroegere thuissituatie verteld had dan hij.
Pure leugens natuurlijk, wat kon Jantje daar nou van geweten hebben, die was nog zo klein.

trots en schaamte
Toen was er weer iets om trots op te zijn: Jantje moest in dienst.
Nu leerde hij marcheren en kreeg hij een uniform, dus nu zou het wel een echte vent worden.
Het werd toch niet helemaal wat hij zich er bij voorgesteld had, Jantje was na vier maandjes al weer terug, afgekeurd, op S5 nog wel!
Jan had aan die vier maanden wel een rijbewijs overgehouden, dus een beetje reden voor trots was er wel.
Jan was naar de kapper gegaan, en er kwamen geen rare luchtjes meer met hem mee van de WC af.
Wel vroeg Jan, na een knallende ruzie met de voorman (hoe kan een kind zijn vader te schande maken) overplaatsing aan, naar een andere afdeling, en ging daar samen met een turk en een marrokaan werken.
Daar is nog iets heel raars gebeurd.
Ondanks alle waarschuwingen en adviezen die hij Jantje gaf heeft hij de marrokaan geholpen met het inrichten van z'n woning en zat er een keer een heel weekend omdat het huis nog niet helemaal af was en die marrokaan z'n vrouw en kinderen over zouden komen.
Stel je voor zeg, zijn zoon, in het huis van zo'n vieze marrokaan.
En een luie donder was die marrokaan ook ! nooit zag je die eens hard lopen, alles langzaam aan.
Ja, en je lacht je een ongeluk, want dan liep die luie donder nog te zweten als een postpaard ook !
Volgens Jan had 'ie last van z'n rug, maar dat geloofde natuurlijk niemand.

verandering
Zijn Jantje besloot na acht jaar drukkerij om weg te gaan.
Hij heeft nog geprobeert om hem tegen te houden, maar Jantje wilde weg, helemaal het prachtige vak uit.
"Niks voor mij, ik ga hier dood" had Jan als kommentaar gegeven.
Jantje ging ook, en nu zag hij Jantje vrijwel niet meer.
Af en toe belde hij Jantje eens op, maar erg spraakzaam was Jantje nooit.
Zijn pensionhouders lieten zich uitkopen want het pand moest worden gesloopt.
De gemeente was verplicht om een flatje voor hem te regelen.
Dat was wel fijn, daar kon hij veel meer z'n eigen gang gaan.
Hij had nu ook alleen nog maar vrije tijd, want hij was met pensioen.
Natuurlijk had z'n Jantje hem met de verhuizing geholpen.

weinig kontakt
Daarna heeft hij Jantje een heel lange tijd niet meer gezien.
Pas een paar jaar later kwam hij Jan weer tegen, in V&D.
Jan bleek vlak bij heb in de buurt te wonen.
Hij bleek inmiddels getrouwd te zijn, had een huis gekocht, en deed iets met computers.
Hij had een prachtige glimmende auto, geen duitse, maar ja je kunt niet alles hebben.
Ook was Jan's vrouw zwanger, hij zou dus een kleinzoon krijgen.
Dolgelukkig was hij toen zijn eerste echte kleinkind geboren was.
Okee, die bastaard Wim had er ook al een paar, maar dat was niet interessant.
Alleen wilde Jan nooit bij hem op bezoek komen, alleen maar vanwege die opblaaspop die hij een keer vergeten was op te bergen ?
Of zou het toch gekomen zijn omdat de keuken niet zo fris rook, ja, daar was een jaar geleden brand geweest, en hij had de troep nooit opgeruimd, en een gasstel in woonkamer staan, maar dat gaf toch niets ?
Het was trouwens best handig, nu hoefde hij z'n lege flessen en vuilniszakken niet helemaal naar beneden te brengen, in die keuken had niemand er last van.
Waar hij erg van schrok was de reaktie van Jan toen deze ineens vertelde dat hij niets meer met hem te maken wilde hebben.
Hij had zich alleen maar verkiesbaar laten stellen voor de CP, in de gemeenteraad.
En de ijzersterke rotsmoes, dat hij dacht dat hij voor een enquete tekende toen hij z'n handtekening zette wilde Jan niet geloven.
Jan noemde hem zelfs een "vuile rotfacist" en ineens haalde Jan zijn opmerkingen van stal over joden, gereformeerden, roomsen en die vieze gastarbeiders.
Jan zei dat hij het toen al had kunnen weten, en dat zijn vrijwillige melding bij de arbeitseinsatz ook al fout was.
En dat terwijl hij zijn zoon al die keren alleen maar had willen waarschuwen tegen de kwade krachten die keer op keer proberen om nette burgers onderuit te halen.
Jantje nam de telefoon niet meer op, en een jaar verstreek.

nieuwe omgeving
Hij was ooit al eens getroffen door iets raars, een lichte hersenbloeding zeiden de doktoren en hij was de controle over zijn rechterhand kwijt.
Pure lulkoek natuurlijk, dat zou hij toch wel geweten hebben ? nee, ze zaten er allemaal naast, en dus had hij ook niet meegedaan aan het revalidatieprogramma.
Maar nu had hij er blijkbaar toch echt eentje gehad, en mede omdat het rode kruis en de GGD er achter waren gekomen dat z'n woning niet helemaal opgeruimd was, werd hij in een verpleeghuis opgenomen.
Daar had hij het niet slecht.
Tegen de mensen hier kon hij prachtige verzonnen verhalen ophangen, niet over duitsland natuurlijk, hij keek wel uit, maar wel over indië waar hij als marinier gezeten had.
Niks van waar natuurlijk, maar ze geloofden hem allemaal, en vonden hem een heel aardige man.
Trouwens, hij kon z'n verhaal mooi staven, want hij had ooit oorkonde's moeten drukken voor het korps mariniers, en hij had een paar blanco exemplaren achterover gedrukt.
Intussen had een sociaalwerker kontakt met zijn zoon, en die hebben samen geregeld dat zijn flatje ontruimd werd.
Ook had de sociaalwerker een gesprek tussen hem en Jan geregeld.
Jan vloog hem niet snikkend in de armen, integendeel, hij had gehoord van de indië verhalen, en hoe hij die verhalen ook ontkende, Jan bleef erbij dat hij de leugenaar was, en niet die anderen.
Hij bleef het gewoon ontkennen, uiteindelijk moest zijn jongen hem toch geloven ? Ze waren toch vader en zoon ?
Maar Jan geloofde hem niet, en beende uiteindelijk kwaad de kamer uit.
Jan verhuisde, een heel eind weg, en liet geen adres achter.
Hij heeft zijn zoon en kleinzoon nooit meer gezien.

het einde
Een klein jaar later overleed hij.
Op de begrafenis waren wat nieuwsgierigen uit het verpleeghuis.
Zijn zus was er ook, hij was haar dan wel vergeten, maar zij hem niet.
Ook zijn ex-vrouw was er, obligaat, want ze waren nou eenmaal ooit ruim twaalf jaar getrouwd geweest.
Zij had best een beetje met hem te doen.
"Eigenlijk was het een stakker" besloot ze.
Zijn zoon, zijn eigen Jantje is niet op de begrafenis verschenen.
Toen de dominee daar een opmerking over maakte kwam zijn zus tussenbeide en merkte alleen maar op dat mijnheer de dominee niet wist waar hij het over had.
Heer dominee had 'm niet gekend zo als zij 'm gekend hadden, en zij begreep heel goed waarom Jantje er niet was.
Jantje heeft naderhand zelfs geweigerd om het waarschijnlijk antieke maar zeker zilveren zakhorloge aan te pakken van de notaris.
Niemand heeft om hem gehuild.
Niemand heeft om hem gerouwd.
Hoe leeg kan een leven zijn ?

"Mijn vader?"
"Het enige wat ik van hem heb geleerd is hoe het niet moet"